← Back



by Gerrit van den Hoven
Brabants Dagblad

De serie ‘Uitgevlogen’ belicht artiesten en kunstenaars die een band hebben met de regio.
In deze alevering oud-Ossenaar Chris Berens, kunstenaar in Amsterdam.
 
Aan de muur van het atelier van Chris Berens in Amsterdam hangen de twee schilderijen die de hoes van de nieuwe cd van Blondie sieren. Berens wil de werken niet verkopen. “Ze herinneren me aan de samenwerking met Blondie. Terwijl ik zat te werken aan mijn schilderijen en de resultaten doormailde, stuurden Chris Stein en Deborah Harry de muziek die ze net hadden opgenomen”, zegt de in 1967 in Oss geboren kunstenaar.
Hoewel het portret dat hij van Debbie Harry maakte allerminst ?atterend is (ze is bleek met ver uit elkaar staande ogen, een kleine mond) was de 65-jarige zangeresn opgetogen. „Ze is niet ijdel. Ze poseerde vroeg in de ochtend, onopgemaakt, bleek, haren in de war. Ze vond het geen probleem. Ze wist dat ik nooit goedgelijkende portretten maak, maar gezichten vervorm.”
Harry en Stein zijn vrienden van hem geworden, zegt Berens. Het recente concert van Blondie in Paradiso werd door zangeres Harry zelfs opgedragen aan Berens. “Dat was een mooi moment. Ik was alleen bang dat ze me op het podium zou vragen. Ik klap al dicht als er meer dan twee mensen naar me kijken", zegt Berens. In interviews laat de zangeres van ‘Denis‚ Denis’ zich lovend uit over Berens. Ze trok zelfs een vergelijking tussen diens werk en dat van Jeroen Bosch.
Voor Berens is de Blondie-band een mooie steun in de rug. Zowel Stein als Harry bezitten diverse schilderijen van hem. Het zorgde er mede voor dat Berens momenteel goed verkoopt in de Verenigde Staten waar de oud-Ossenaar twee galeries heeft: één in Seattle en één in New York.
Berens begon pas laat met schilderen. Nadat hij in 1999 was afgestudeerd aan de kunstacademie van Den Bosch, zocht hij eerst zijn heil in het vak van illustrator. Onder meer voor het Brabants Dagblad maakte hij tekeningen, maar al snel kwam hij erachter dat het werken in opdracht niet het juiste vak voor hem was. “Terwijl ik aanvankelijk geen kunstenaar wilde worden omdat ik niet dacht alleen in een atelier alles uit mezelf te kunnen halen. Maar nu weet ik dat ik juist heel graag alleen ben en het werken in opdracht juist knelt.”
In 2006 verliet Berens de provincie Noord-Brabant die hij inruilde voor Amsterdam. Met Oss heeft hij niet zoveel. “Ik kom er nog wel, mijn zus en moeder wonen er nog altijd.”
De vergelijking met Jeroen Bosch snijdt overigens wel hout. Het werk van Berens heeft door de manier waarop hij zijn schilderijen opbouwt inderdaad iets met de middeleeuwse meester uit Den Bosch.
Vreemde fantasiewezens bevolken ook Berens’ schilderijen die net als de panelen van Bosch vaak volgestopt zijn met nachtmerrieachtige scènes. Bosch is voor Berens één van de inspiratiebronnen. Er zijn er meer. Zijn vader nam hem vroeger mee naar exposities van oude meesters als Vermeer, Rembrandt en Frans Hals. Daarnaast heeft ook de filmwereld een grote invloed op hem. “Neem een film als ‘Se7en’, die heeft in al zijn somberheid en dreigende vormgeving veel indruk op me gemaakt.
Als kind was Berens een jongen die leefde in zijn eigen droomwereld. Een wereld die hij fanatiek tekende. Monsters en andere fantasiewezens domineerde zijn tekeningen en zijn toenmalige schooljuf in Oss maakte zich zelfs een beetje zorgen om de tekeningen van Berens.
Nog altijd is de fantasiewereld een belangrijke bron waaruit Berens put voor zijn surrealistische schilderijen. Hij zegt ook veel eigen droombeelden te schilderen. “dat moet ’s ochtends wel snel, anders ben je het weer kwijt. Ik begin dus vrij vroeg. Maar inmiddels heb ik geleerd dat je dromen onthouden kunt trainen.”
Het laveren tussen droom en werkelijkheid heeft voor Berens nog een andere achtergrond. Al heel lang heeft hij het idee dat hij niet alleen is, maar dat er een dier –in zijn geval een ijsbeer- naast of achter hem loopt. Een idee dat meer mensen hebben en door de Britse fantasyschrijver Philip Pullman werd uitgewerkt in zijn als ‘the Golden Compass’ verfilmde boek ‘His Dark Materials’.
Voor Berens is die aanwezigheid nooit beangtigend, hij put er juist troost uit.
Het geeft wel aan dat de kunstenaar zich bewust is van een wereld waarin meer aan de hand is dan wat je om je heen ziet.